Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

In de week voor kerstmis is de Nederlandse première gepland van de film “Bethlehem (2013)”, die in Israël een half jaar voor militaire acties in de West Bank (va juni 2014) en de aanvallen op Gaza (juli/augustus 2014) in première ging. Het is Israëlische oorlogs-propaganda, die ons inziens niet past in de context  van het kerstfeest.

De Israëlische film Bethlehem is geproduceerd om de door de Israëlische Staat begane en geplande kolonisatie en oorlogsmisdaden acceptabel te maken. De situatie zoals die getoond wordt in de film is zo anders dan in de bezette Palestijnse West Bank, dat ze als niets anders beschouwd kan worden dan propaganda. Met valse informatie en inspelend op angst-gevoelens, wordt de eigen bevolking tegen de Palestijnen opgezet. Buitenlandse kijkers krijgen onder het mom van amusement een zionistisch PR verhaal voorgeschoteld.

In deze film zijn Palestijnen de Bad Guys, agressief en gewapend – zoals de Indianen in de westerns van de jaren 50, die door heldhaftige cowboys vermoord werden, zo nodig met ondersteuning van het federale leger. Of zoals de Vietnamezen in de Rambo films uit de jaren 70.

De film begint met de scene waarin verveelde Palestijnse pubers met een automatisch geweer op een straatbord schieten, en met een zelfmoordaanslag in Jeruzalem, met 9 doden.
Een slimme Israëlische rechercheur, sympathieke vader van een jong gezin, doet er alles voor om meer zelfmoord-aanslagen te voorkomen. Hij gebruikt daarvoor de onzekere en een beetje domme 17 jarige Palestijnse Sanfur, broer van Ibrahim de verzetsleider in Bethlehem, als infiltrant. Alle overige getoonde Israëliërs zijn professionele misdaad bestrijders, als in een detective film.

Vanwege de pakkende naam ‘Bethlehem’ wordt hij als kerstfilm vanaf 18 december 2014 in Nederlandse bioscopen vertoond. Dit schept verwachtingen die niet worden waar gemaakt. Het verhaal speelt in de door Israël bezette Westelijke Jordaan Oever (West Bank), waarvan een 100% verdraaide werkelijkheid getoond wordt.

De context van de bezetting is nergens aanwezig: Geen stukje van de in totaal 525 km lange muren en hekken te zien, geen lange rijen wachtenden voor checkpoints, geen tanks, geen wegversperringen, geen Israëlische nederzettingen op elke heuveltop, geen gewapende kolonisten, geen zwaargewapende militairen op elke straathoek, geen bulldozers, geen afgebroken huizen. Zelfs niet in Bethlehem, Jeruzalem en Hebron!

De film toont uitsluitend Palestijnse mannen. Geen enkel kind, slechts heel kort een enkele vrouw, die dan ook meteen uitgescholden wordt. Die mannen lopen in deze propagandafilm met geweren op straat, komen erg agressief over, hebben blijkbaar geen noemenswaardig privé-leven, hebben het opvallend vaak over geld, en praten over aanslagen in Israël. Palestijnen uit Beit Sahour, bekend van vele mensenrechtenorganisaties en hun internationaal erkende rapporten, worden neergezet als losers.

Tussen de Hamas en de Al Aqsa brigade wordt agressief geruzied. Beide organisaties zijn niet te vertrouwen, en met name in geld geïnteresseerd. Hetzelfde geldt voor de PA (Palestijnse Autoriteit), die in deze film o.a. Belgische donaties voor vrouwenrechten doorsluist naar het gewapende verzet.

Dit staat in schril kontrast met de werkelijkheid. Het legitieme verzet van de Palestijnen in de West Bank tegen de illegale bezetting, kolonisatie, militair geweld, landroof, arrestaties, onteigeningen en ander onrecht en vernederingen, is vanaf 2005 uitsluitend geweldloos geweest. Palestijnen met wapens, in deze film een gewoon straatbeeld, kom je echt nergens tegen. Wel zwaar bewapende Israëlische militairen op elke straathoek, op bezette daken en bij de vele checkpoints.

Ondanks dat zitten 7000 Palestijnen in Israëlische gevangenissen. Op het gooien van een steen staat 10 jaar gevangenis – 20 jaar als de steen op een bewegend voorwerp wordt gegooid. Tegen de vele administratieve gevangenen (10%) is er niet eens een aanklacht.
De Israëlische bezettingsmacht gebruikt buitensporig geweld om de bezetting te handhaven, en verdere kolonisatie mogelijk te maken. Bijna dagelijks worden er huizen van Palestijnen afgebroken. Te veel Palestijnen zijn door dit leger vermoord, gemarteld, voor het leven invalide gemaakt.

De film toont een inval van het leger, nodig om meer aanslagen te voorkomen, waarbij uitsluitend Israëlische slachtoffers vallen. Dit is 100% verdraaide werkelijkheid!

Israël kan met zo’n propaganda film voor de dag komen, omdat er weinig bekend is over het leven in bezet Palestijns gebied, en ook kranten en omroepen niet het werkelijke beeld van de bezetting tonen. Dat geldt voor Nederland, maar zeker ook voor Israël zelf, waarvoor de film primair gemaakt is.

 

World Cinema Amsterdam, over de film en de makers:

Adler, ooit zelf lid van Israëls geheime dienst, schreef het scenario samen met de Palestijnse journalist Ali Wakad. Deze coproductie resulteerde in een heel spannende maar ook genuanceerde film – Adler kiest geen partij.”

Noten:

  • van de zgn. Palestijnse journalist Ali Wakad, is geen enkel artikel op internet te vinden. Dat is op zijn minst heel vreemd voor een journalist.
  • Een lachertje om deze film genuanceerd te noemen.
  • Eenzijdig partij kiezen voor de bezetter, druipt van de film af. Het is een propaganda film in oorlogstijd

 

Tot slot, de recensie van journalist Gideon Levi, in de kritische Israëlische krant Haarez

’Bethlehem’ is yet another Israeli propaganda film

Before lavishing praise on co-director Yuval Adler, critics should stop to consider his film’s message: the Israelis are the good guys, the Arabs the bad guys.

Haaretz, Israel

By Gideon Levy | Oct. 6, 2013

http://www.haaretz.com/opinion/.premium-1.550699

Yuval Adler is a talented director, but he has made an outrageous film. “Bethlehem,” his debut feature, has garnered acclaim and prizes – a critics’ award in Venice, first prize at the Haifa Film Festival, six Ophir Awards (Israel’s national film awards) and high praise from The New York Times.

Along with his writing partner Ali Wakad, Adler created a very well-made action movie. He also created (another) Israeli propaganda film. Before everyone starts to praise him, they should pay heed to his messages – the overt, but, especially, the covert ones – and not just the direction, acting, editing and impressive attention to detail. But the plethora of details makes it so you can’t see the forest for the trees, and it’s the same poison forest. Or should we say enchanted sea – the Israelis are the good guys, the Arabs the bad guys.

This film, like many before it about the conflict, is guilty of the sins of distortion and concealment: the context is missing, as if it weren’t there. The film is meant to depict complexity – the misery of the collaborator; the humanity of the agent – but in reality, the film paints a picture without context, and without context there is no truth.

“Let’s make a movie that won’t deal with the political conflict,” Adler said to Wakad, according to an interview he gave to Mike Dagan in Haaretz’s magazine. But Adler’s refusal to make a “political movie” is deceit and sleight of hand. It is in itself a political statement unlike any other. Adler did not make a film about the Sicilian Mafia, but rather a film about the intifada, which has a political context that he deliberately ignores. This blurring is the movie’s powerful, outrageous statement.