De wrede experimenten van Israels wapenindustrie

geplaatst door on Jan 9, 2017 in wapenindustrie |

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

 

Aan de achterzijde van het belangrijkste ziekenhuis in Ramallah ligt het huis van Iyad Haddad, een 52-jarige mensenrechtenonderzoeker. Zijn kantoor aan huis is de etalage van een vervallen gebouw en op het eerste gezicht lijkt het een kringloopwinkeltje. De uitgestalde spullen zijn echter geen huishoudelijke voorwerpen maar de tafels liggen vol met gebruikte munitie, traangaspatronen, sponskogels en granaathulzen.

Haddad heeft in de afgelopen 30 jaar het geweld van de Israelische bezettingsmacht in zijn land gedocumenteerd. Deze afzichtelijke souvenirs vormen zijn getuigenis van dit geweld.

Veel van dit wapentuig is gebruikt tegen vreedzame demonstranten die protesteerden tegen Israels Apartheidsmuur en illegale nederzettingen op de bezette Westelijke Jordaanoever. De dorpen Ni‘lin, Bil’in en Nabi Saleh hebben al jarenlang protesten hiertegen georganiseerd. Iyad Haddad keurt deze demonstraties af:

“Soms gebruiken ze [de bezettingsmacht] ons om uit te vinden hoe ze bepaalde wapens kunnen inzetten. Ik ben van mening dat dit soort Palestijnse acties gunstig zijn voor Israel omdat dit gebied [Westelijke Jordaanoever] hierdoor een laboratorium is geworden waar zij hun wapens testen, verder ontwikkelen en er een commerciële industrie van maken, zodat deze wapens aan andere landen kunnen worden verkocht.”

traangasDat de Israelische wapenindustrie profiteert van de bezetting omdat het daardoor de beschikking heeft over een bevolking op wie nieuw wapentuig kan worden getest, is nu een alom geaccepteerd feit. Israel test wapens op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook en presenteert deze wapens op de internationale markt als ‘in de strijd getest’. De hoge-snelheid traangaspatronen zijn bijvoorbeeld uitvoerig getest in Bil’in. In 2009 werd Bassem Abu Rahmah, een ongewapende activist die protesteerde tegen de bouw van de Muur in Bil’in, dodelijk getroffen door zo’n traangaspatroon. Eind 2011 werd een andere demonstrant, Mustafa Tamimi, in Nabi Saleh gedood door een traangaspatroon dat zijn hoofd raakte. Er klinkt vermoeidheid door in Haddad’s stem.

“Ik heb gezien hoe zij hun apparatuur en wapenindustrie steeds verder ontwikkelen en hoe zij omgaan met de bevolking. En in de afgelopen 30 jaar heb ik niet één keer gehoord dat een militair ter verantwoording  werd geroepen. “

Maar Haddad gaat door – moet doorgaan.

Lees meer

Hoera voor de Stadsregio Amsterdam: Amstelland-Meerlanden stapt niet in de apartheidsbus!

geplaatst door on Dec 21, 2016 in BDS |

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

Het busvervoer in het gebied Amstelland-Meerlanden wordt vanaf 10 december 2017 niet uitgevoerd door het Israelische Egged/EBS. De concessie is toegewezen aan Connexxion. De looptijd van de concessie is tien jaar, met de mogelijkheid van verlenging met maximaal vijf jaar. Het is één van de grootste aanbestede concessies van Nederland. Jaarlijks maken ruim 30 miljoen reizigers gebruik van het busvervoer in dit gebied. De Stadsregio draagt jaarlijks € 40,5 miljoen bij aan deze concessie.

Wij zijn heel blij met dit resultaat. We kunnen met een schoon geweten in de bus stappen en hoeven niet mee te betalen aan de apartheidsbussen van EBS. EBS ligt onder vuur wegens betrokkenheid bij schending van mensenrechten in Palestijns bezet gebied. De Israelische moedermaatschappij Egged maakt zich namelijk schuldig aan steun aan het illegale nederzettingenbeleid. Het bedrijf verzorgt busvervoer naar en tussen Israelische nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Hiermee maakt Egged het aantrekkelijker voor kolonisten om in bezet gebied te gaan of blijven wonen. De vervoerder maakt gebruik van wegen die voor Palestijnen verboden zijn en exploiteert ook gesegregeerde busdiensten, verboden voor Palestijnen.

DocP heeft de regioraad in juli, voordat bekend was welke bedrijven zouden inschrijven op de concessie, gewezen op de kans dat EBS zou meedingen naar het contract en de bezwaren die dat met zich mee zou brengen. In een duidelijke brief heeft DocP gewezen op het volgende:

  • Egged handelt in strijd met het Internationaal Humanitair Recht en helpt de schending van mensenrechten van de Palestijnse bevolking in stand te houden.
  • Egged geeft geen gehoor aan het ontmoedigingsbeleid van de Nederlandse overheid.
  • Zaken doen met Egged voldoet niet aan de ‘UN Guiding Principles’, zoals die zijn verwoord in het ‘Nationaal Actieplan Bedrijfsleven en Mensenrechten’. De UN Guiding Principles verplichten overheden om schendingen van het internationaal recht mee te wegen In hun beoordeling van samenwerking met een bedrijf.

Toen bekend werd dat EBS inderdaad één van de kandidaten was, hebben ruim 1000 personen via onze emailactie de bezwaren kenbaar gemaakt aan de leden van de commissie Verkeer en Vervoer van de Stadsregio. Een motie van GroenLinks om mensenrechten en sociale aspecten mee te nemen in alle komende aanbestedingen haalde het helaas niet. Voor nu is het belangrijkste: de regio Amsterdam Amstelland-Meerlanden krijgt geen Apartheidsbus!

Lees meer

Samenvatting van BDS impact in 2016

geplaatst door on Dec 9, 2016 in BDS |

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

Het jaar 2016 zal door Palestijnen en door degenen die vrijheid, gerechtigheid en gelijkheid voor de Palestijnen steunen, onder meer, herdacht worden als het jaar waarin Israel een totale oorlog begon tegen de door Palestijnen geleide wereldwijde BDS-beweging voor Palestijnse rechten, in een wanhopige poging die te vermorzelen.

Wat dat betreft zal 2016 ook worden herdacht als het jaar van het spectaculair falen van Israel, aangezien BDS alleen maar verder de mainstream ingroeide en de impact ervan op het Israelische regime van bezetting, kolonialisme en apartheid toenam.

In 2016 zette Israel financiële activa, intensieve spionage, goed geoliede propaganda, cybersabotage en, het belangrijkst, juridische oorlogsvoering in tegen BDS mensenrechtenactivisten en netwerken.
Na de frustratie met het succes van BDS in het Westen, Latijns Amerika, de Arabische wereld, Zuid Afrika en delen van Azië, hoopte Israel hun enorme invloed op het Amerikaanse Congres en de wetgevende macht in de staten en op de regeringen van onder meer Frankrijk, GB en Canada te gebruiken om BDS te onderdrukken. Israel heeft geprobeerd BDS van hogerhand te stigmatiseren, demoniseren en in sommige gevallen te delegitimeren, nadat ze er niet in geslaagd waren de beweging wereldwijd van onderaf en op het niveau van het maatschappelijk middenveld te vernietigen.
Gedurende dit jaar is BDS alleen maar sterker en sterker geworden.

Grote multinationals, waaronder Orange en CRH, beëindigden hun betrokkenheid bij Israelische projecten die Palestijnse rechten afkalven. Dit kwam nadat Veolia in 2015 uit Israel vertrok nadat het miljoenen aan aanbestedingen verloor als gevolg van zeven jaar BDS campagnes.
Ook dit jaar verklaarden tientallen gemeenteraden, vooral in Spanje, zichzelf tot “Israelische Apartheidvrije Zones” en belangrijke kerkgenootschappen in de VS desinvesteerden uit Israelische banken en internationale bedrijven die de bezetting steunen.

Lees meer

Multinational G4S zwicht onder druk BDS

geplaatst door on Dec 7, 2016 in BDS |

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

Het in honderd landen werkzame bedrijf G4S (meer dan 600.000 medewerkers) trekt zich vrijwel geheel terug uit Israël. Verschillende internationale media berichten dat G4S zijn dochterbedrijf in het land heeft verkocht aan een Israëlisch bedrijf.

G4S heeft verklaard dat de transactie, die inmiddels is getekend, niets heeft te maken met de wereldwijde boycot acties onder de naam BDS (Boycot, Desinvestering en Sancties). De laatste jaren is die verklaring standaard bij bedrijven die zich terugtrekken na jarenlang doelwit te zijn geweest van BDS.

Dat G4S zijn vertrek voorbereidde was al enige tijd duidelijk. In maart van dit jaar meldde de Financial Times dat het bedrijf van plan was om zijn activiteiten in Israël van de hand te doen. De zakenkrant schreef toen dat G4S “was extracting itself from reputationally damaging work” (zich aan het ontdoen was van werk dat zijn reputatie beschadigde). G4S volgt met zijn besluit het voorbeeld van multinationals als Veolia, Orange en de Ierse bouwreus CRH die alle sinds 2015 de Israëlische markt hebben verlaten.

Guman Mussa, de BNC coördinator voor de Arabische wereld verklaarde:

Wij dragen deze overwinning op aan alle Palestijnse politieke gevangenen die in 2012 de BDS-beweging opriepen om de boycot van G4S te intensiveren vanwege zijn rol in de Israëlische gevangenissen, waar marteling wijdverbreid is.

Overigens blijft G4S in Israël betrokken op twee deelterreinen. Namelijk bij de training van Israëlische politiefunctionarissen en bij de nederzettingenbouw. Om die reden zei Rafeef Ziadah van het Palestijns Nationaal BDS Comité:

We will continue campaigning until G4S ends all involvement in violations of Palestinian human rights” (Wij zullen doorgaan met onze campagne totdat G4S alle betrokkenheid bij het schenden van de rechten van Palestijnen beeïndigt).

Lees meer

Bang voor BDS: Israelische archeologen willen hun werk op de Westelijke Jordaanoever geheim houden

geplaatst door on Dec 5, 2016 in BDS |

Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

De rechtbank in Jerusalem heeft op 21 november jl. het verzoek verworpen om inzage te krijgen in de lijst van archeologen betrokken bij opgravingen op de Westelijke Jordaanoever. Deze opgravingen worden uitgevoerd onder de verantwoordelijkheid van de Israelische Dienst voor Oudheden binnen de Groene Lijn (noot vertaler: de wapenstilstandsgrens van 1949). Reden: de archeologen (en de Staat) zijn bang voor een academische boycot en vrezen dat archeologische (Israelische) projecten in de bezette gebieden hierdoor in moeilijkheden kunnen komen.

De rechtbank reageerde met zijn uitspraak op een verzoekschrift ingediend door de mensenrechtenorganisatie Yesh Din samen met de archeologische non-profit organisatie Emek Shaveh. Het verzoekschrift om inzage was gericht tegen de Israelische militaire autoriteiten op de Westelijke Jordaanoever (Civiel Bestuur) en de stafchef van het Departement van Oudheden dat onder dit Bestuur valt en verantwoordelijk is voor het verstrekken van vergunningen voor archeologische opgravingen in bezet gebied. Het verzoekschrift werd bij de rechtbank ingediend nadat de militaire autoriteiten weigerden inzage te geven in de namenlijst van de archeologen en de plaatsen waar de archeologische vondsten op de Westelijke Jordaanoever door de Israelische autoriteiten worden opgeslagen.

De uitspraak ging vooral in op het verzoek om de namen van de archeologen vrij te geven. Rechter Yigal Marzel erkende het belang van het openbaar maken van hun namen, zoals gebruikelijk is binnen Israel, deels in het kader van transparantie, maar ook omdat vondsten bij opgravingen vaak in wetenschappelijke artikelen worden beschreven – en dat vereist publicatie van de naam van de archeoloog.

De Staat overtuigde rechter Marzel echter door de archeologen in een ex parte procedure* waarbij de indieners van het verzoekschrift niet aanwezig waren, te laten verklaren dat publicatie van hun namen een reële dreiging zou inhouden van een academische boycot vanwege het feit dat zij in de bezette gebieden werken met een vergunning afgegeven door de militair autoriteiten. Daarnaast stelde de Staat dat de archeologen ook het risico zouden lopen niet meer te kunnen publiceren in internationale wetenschappelijke tijdschriften. Buitenlandse academici zouden ook samenwerking bij toekomstig onderzoek kunnen weigeren of om hen uit te nodigen voor congressen, waardoor hun professionele carrière zou worden geschaad.

De rechtbank oordeelde derhalve dat het persoonlijk risico voor de archeologen en voor de toekomst van hun onderzoek voldoende redenen zijn om het verbod op publicatie van hun namen te rechtvaardigen. Sommige archeologen hadden overigens geen bezwaar tegen publicatie van hun naam.

Het verzoek om informatie over de plaatsen waar Israel de opgegraven vondsten opslaat, werd ook verworpen. De Staat argumenteerde, ook achter gesloten deuren en zonder aanwezigheid van de eisende partij, dat publicatie van deze informatie het risico inhield van diefstal van deze vondsten en dat het vredesbesprekingen met de Palestijnen zou kunnen schaden.

De rechtbank oordeelde wel in het voordeel van de eisers over een aantal minder belangrijke verzoeken m.b.t. details over opgravingen die beëindigd zijn. (Het volledig rechtbankbesluit is hier in het Hebreeuws te downloaden).

In reactie op het rechtbankbesluit gaf Yesh Din de volgende verklaring uit:

“De angst van de Israelische autoriteiten voor een boycot tegen archeologen op de Westelijke Jordaanoever en voor schade aan internationale betrekkingen [….] is een erkenning dat de overheid weet dat zij geen schone handen heeft en dat daarom hun archeologische werkzaamheden op de Westelijke Jordaanoever verborgen moeten blijven. Het is betreurenswaardig dat de rechtbank ervoor gekozen heeft om een beleid van verhulling en schimmigheid te steunen. Dit besluit ontneemt de burger het recht op openbaarheid en de mogelijkheid van  toezicht en kritiek”.

 Emek Shaveh reageerde als volgt:

“Meer dan wat dan ook bewijst het vonnis van de rechtbank dat archeologie op de Westelijke Jordaanoever beschouwd wordt als een militaire activiteit en niet als wetenschappelijk onderzoek. De grondslag van onderzoek is dat de naam van de onderzoeker bekend is en dat de onderzoeksresultaten worden gepubliceerd. Als het is toegestaan dat de namen van archeologen werkzaam op de Westelijke Jordaanoever geheim blijven en dat het voor de burger verborgen blijft waar de archeologische vondsten worden opgeslagen, dan is de enig mogelijke conclusie dat archeologie op de Westelijke Jordaanoever politiek van aard is”.

 

* Noot vertaler: zitting waarbij de rechter beslist dat de aanwezigheid van een partij ‘onherstelbare schade’ berokkent aan de andere partij.

Dit artikel verscheen op www.bdsmovement.net.

Vertaling: Herma van den Brink

Lees meer