BDS treft EU-collaboratie met Israel

geplaatst door on Dec 14, 2017 in BDS |

De vooraanstaande Belgische Katholieke Universiteit van Leuven heeft bekend gemaakt dat de universiteit zich terugtrekt uit een controversiële samenwerking – het “Law Train project” – tussen de EU en Israelische politiediensten rond ondervragingstechnieken.

Het gaat om een project waarbij het Israelische Ministerie van Publieke Veiligheid officieel betrokken is. De EU subsidieert het project. Ook BDS in Nederland (docP) had deze samenwerking op de korrel.

Niet alleen Leuven, ook Nederland betrokken

DocP ontdekte enige tijd geleden dat ook ons land betrokken was bij Law Train. Het Nederlandse Openbaar Ministerie, was tot zeer recent via de benoeming van een ambtenaar in de adviesraad van Law Train, medeplichtig aan het schenden van mensenrechten. Via docP is deze zomer dan ook een dringend beroep op de betreffende instantie gedaan om de Nederlandse betrokkenheid bij het Law-Train project met onmiddellijke ingang te beëindigen.

Waar gaat het om?

Binnen het EU-meerjarenprogramma “Horizon 2020” is in mei 2015 het Law-Train project van start gegaan, een gezamenlijk project van Israëlische en Europese instellingen en bedrijven met als doel ondervragingstechnieken van de politie bij “cross-border” misdrijven te stroomlijnen. Het Law-Train project wordt gecoördineerd door de Israëlische Bar Ilan Universiteit. Naast Europese en andere Israëlische partners neemt het Israëlische Ministerie van Publieke Veiligheid en de Nationale Politie deel aan dit project. De Bar Ilan Universiteit maakt onderdeel uit van het militair-industrieel-wetenschappelijk complex dat mede de kolonisering en militaire bezetting van Palestina in stand houdt. De Israëlische (grens) politie en het gevangeniswezen vallen onder de verantwoordelijkheid van het deelnemende Ministerie van Publieke Veiligheid. Deze ordehandhavingsdiensten zijn verschillende malen veroordeeld of aangeklaagd door de Verenigde Naties en de Europese Unie , alsook door mensenrechtenorganisaties vanwege hun racistisch beleid en het systematische gebruik van geweld, marteling en andere grove schendingen van de mensenrechten bij ondervragingen.

De Nederlandse betrokkenheid onder vuur

Hieronder de volledige tekst van de brief die deze zomer vanuit docP aan de verantwoordelijke Nederlandse instanties werd verzonden, op voorstel van de docP-werkgroep “Militair” (waarin ook andere organisaties deelnemen). De in deze brief genoemde Nederlandse ambtenaar blijkt inmiddels te zijn teruggetrokken uit het project. DocP onderzoekt of daarmee formeel de banden tussen Nederland en het EU-project Law Train volledig zijn doorgesneden.

Zie ook ons artikel van 29 september j.l.

Brief van docP

Amsterdam, 29 juni 2017

Aan de hoofdofficier van justitie van het Parket-Generaal

Betreft: Deelname Nederland aan de Adviesraad van het Law-Train project

Geachte heer/mevrouw,

Hierbij doen wij een beroep op u om de deelname op ambtelijk niveau door Nederland aan het zogenaamde ‘Law Train’-project te beëindigen. Binnen het EU-meerjarenprogramma “Horizon 2020” is in mei 2015 het Law-Train project van start gegaan, een gezamenlijk project van Israëlische en Europese instellingen en bedrijven met als doel ondervragingstechnieken van de politie bij “cross-border” misdrijven te stroomlijnen.

Het Law-Train project wordt gecoördineerd door de Israëlische Bar Ilan Universiteit. Naast Europese en andere Israëlische partners neemt het Israëlische Ministerie van Publieke Veiligheid/de Nationale Politie deel aan dit project. De Bar Ilan Universiteit maakt onderdeel uit van het militair-industrieel-wetenschappelijk complex dat mede de kolonisering en militaire bezetting van Palestina in stand houdt. Zo biedt deze universiteit onder andere speciale studieprogramma’s voor veiligheidsagenten in actieve dienst bij de Shin Bet of Shabak (Israeli Security Agency) , berucht om zijn folterpraktijken, chantage (om Palestijnen te dwingen informant te worden) en andere mensenrechtenschendingen tijdens ondervragingen. Het was ook de eerste universiteit die een dépendance heeft opgericht in een illegale nederzetting op de Westelijke Jordaanoever (Ariel). Daarnaast voert de Bar Ilan Universiteit – zoals alle andere Israëlische universiteiten – een discriminerend beleid ten aanzien van Palestijnse studenten.

De Israëlische (grens) politie en het gevangeniswezen vallen onder de verantwoordelijkheid van het deelnemende Ministerie van Publieke Veiligheid. Deze ordehandhavingsdiensten zijn verschillende malen veroordeeld of aangeklaagd door de Verenigde Naties en de Europese Unie , alsook door mensenrechtenorganisaties vanwege hun racistisch beleid en het systematische gebruik van geweld, marteling en andere grove mensenrechtenschendingen bij ondervragingen. Er is ook sprake van schending van de Vierde Conventie van Genève. Bijvoorbeeld (zie art. 76) wat betreft de plaatsing van Palestijnse gevangenen, waaronder kinderen, naar gevangenissen in Israël, waardoor de contactmogelijkheden met familie als gevolg van de strenge reisbeperkingen zeer gering zijn.

Meer nog dan andere projecten in het kader van Horizon 2020 – want gericht op directe samenwerking met het Israëlische repressieapparaat – helpt Law-Train de onderdrukking van de Palestijnse bevolking te legitimeren én faciliteren. De VN-convenanten inzake de Economische, Sociale en Culturele Rechten (1967) en de Burgerlijke en Politieke Rechten (1976), hoewel door Israël ondertekend, worden stelselmatig geschonden ten nadele van de Palestijnse bevolking. Daarbij noemen wij in het bijzonder de onrustbarende stijging van het aantal arrestaties van en zware gevangenisstraffen voor minderjarigen, zelfs vanaf 12 jaar oud (in de periode van september 2015 tot mei 2017 waren het er ruim 2600). Zonder recht op juridische bijstand voor of tijdens ondervragingen, worden zij systematisch blootgesteld aan intimidatie en bedreigingen: verbaal, psychisch, fysiek en seksueel geweld en marteling in vaak mensonwaardige omstandigheden. Het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (1989) wordt door Israëls ordehandhavingsdiensten stelselmatig met de voeten getreden. In een recent rapport van Human Rights Watch (juli 2016) staat Israël in een rijtje landen samen met Afghanistan, de Democratische Republiek Congo, Irak, Nigeria en Syrië als een regime waarin de kinderrechten systematisch worden geschonden, “in a misguided and counterproductive response to conflict-related violence.” Verder wijzen wij op het volgende. Op de recent gehouden Internationale Dag Tegen Marteling hebben vijfentwintig prominente juridische experts een document gepubliceerd, waarin wordt geconcludeerd, “that the European Union-funded project Law-Train breaches EU regulations and international law concerning human rights violations, and therefore must be stopped.”

“To coincide with the International Day Against Torture, twenty-five prominent legal experts released a document demonstrating that the European Union-funded project LAW TRAIN breaches EU regulations and international law concerning human rights violations, and therefore must be stopped.”

http://www.eccpalestine.org/prominent-legal-experts-confirm-israels-record-of-torture-makes-eu-funding-of-law-train-project-illegal/

De “Ethische Richtlijnen en Procedures” van Law-Train eisen expliciet “dat elke partner de wetten en voorschriften van de andere deelnemende partnerlanden respecteert “, een eis die “van fundamenteel belang voor de uitvoering van het project” wordt genoemd. Hier doet zich dus een groot probleem voor wat het coördinerende land Israël betreft. Onder meer het VN-Comité voor de Uitbanning van Rassendiscriminatie (CERD) kwam tot de conclusie dat raciale of etnisch-religieuze discriminatie van “niet-Joodse” burgers diep geworteld is in Israëls wetgeving en juridisch systeem. Aangezien het vereiste van “respecteren” hier dus ook van toepassing is op Israëls eigen ‘wetten en voorschriften”, ontzeggen de “Ethische Richtlijnen”, de niet-Israëlische partners in het project de mogelijkheid om gedocumenteerde wanpraktijken aan de orde te stellen. Terwijl zij stilzwijgend instemmen, worden de Europese partners medeplichtig gemaakt aan het Israëlische beleid van schendingen van het internationaal recht en de mensenrechten.

Voorafgaand aan de start van het project zijn de “Ethics Checks” uitgevoerd door de Europese Commissie en de KU Leuven. Tijdens de duur van het project “wordt op de ethische aspecten voortdurend toezicht gehouden door een speciaal aangewezen externe “ethics director” [dr. Galit Nahari van de Bar-Ilan Universiteit] en regelmatige technische beoordelingen uitgevoerd door externe onafhankelijke deskundigen” Deze controles zijn van toepassing, (1) op de “onderzoeksethiek ” van het project: in het geval van “Law-Train” bijvoorbeeld de deontologische kwesties in de relatie tussen de onderzoeker en de geïnterviewde en (2) op de “inhoudsethiek”, dat wil zeggen de beleden doelstellingen en maatschappelijke implicaties.

Het problemen met deze procedure zit in de toepassing: de partners van dit project werden duidelijk niét onderworpen aan een “ethics check”. In het geval van een project dat gericht is op politionele technieken en methodes, is een fundamentele ethische evaluatie alleen realiseerbaar indien het project wordt gezien in de bredere, institutionele, politieke en ideologische context waarin het wordt gelanceerd en gecoördineerd. Bij Law-Train, gecoördineerd én gecontroleerd door een Israëlische universiteit met nauwe banden met de Israëlische Veiligheidsdienst (Shin Bet), is die bredere context er een van dagelijkse politiemisdrijven en racistische onderdrukking en ontmenselijking van een inheemse bevolking. De deelname van het Israëlische Ministerie van Publieke Veiligheid en zijn politiediensten berooft Law-Train van zijn ethische en morele geloofwaardigheid.

Deelname door ons land aan dit project via het Nederlandse Openbaar Ministerie, sinds de benoeming van Mw. Geldermans in de Adviesraad, maakt Nederland medeplichtig aan het schenden van mensenrechten. Wij doen dan ook een dringend beroep op u om de Nederlandse betrokkenheid bij het Law-Train project met onmiddellijke ingang te beëindigen. Mocht het besluit om betrokken te zijn bij Law Train elders (bijvoorbeeld ten departemente) zijn genomen, dan verzoek ik u om deze brief door te geleiden en ons daarover te informeren.

Hoogachtend, B. de Levie, voorzitter docP

Lees meer

Trump’s diepe buiging naar Israel

geplaatst door on Dec 13, 2017 in BDS |

De in Bethlehem wonende Toine van Teeffelen plaatste op Facebook onderstaand artikel. Vanwege de informatieve waarde nemen wij het gemakshalve in zijn geheel over.

De erkenning door Trump van Jeruzalem als hoofdstad van Israel ontmoet in de media vooral praktische en tactische argumenten. Trump loopt door de porseleinkast van de diplomatie. Hij neemt een voorschot op de uitkomst van vredesbesprekingen tussen Israel en de Palestijnen. Hij provoceert geweld in het Midden-Oosten en daarbuiten.

Allemaal waar. Maar we moeten de kernzaak niet vergeten. De plechtige erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israel is een beloning voor en legitimering van een decennia-oude Israelische politiek jegens Jeruzalem. Deze is gericht op het behoud van Jeruzalem als ‘eeuwige’ hoofdstad van Israel, en gaat in tegen de ontwikkeling van Oost-Jeruzalem als centrum van een toekomstige staat Palestina.

Waar hebben we het precies over wanneer we speken over ‘Jeruzalem’? Van 1948 tot de juni oorlog was de stad verdeeld in een Israelisch westelijk deel en een Arabisch oostelijk deel, tot 1967 onder controle van Jordanië. Tijdens de oorlog van 1967 veroverde Israel het oostelijk deel, inclusief de heilige plaatsen in de oude Arabische stad.

Het is niet zo bekend dat Israel direct na 1967 de grenzen van Jeruzalem enorm uitbreidde. Waar het landoppervlak van de gemeente Oost-Jeruzalem voor 1967 6.4 vierkante km was, werd het oostelijk gedeelte van de stad uitgebreid naar 70 vierkante km, dus meer dan tien maal zoveel. Daartoe werd grondgebied van 28 Palestijnse dorpen gelegen op de Westoever ingenomen. In strijd met het internationaal recht werd het uitgebreide Oost-Jeruzalem door Israel geannexeerd en het Israelisch rechtssysteem geïmporteerd. Nieuwe joodse wijken werden gebouwd om de demografische verhouding tussen Palestijnen en joden in Oost-Jeruzalem te veranderen ten gunste van de joodse bevolking.

Op het moment wonen meer dan 200.000 joodse inwoners van Jeruzalem in die nieuwe wijken op de Westoever. Het gaat dus feitelijk om kolonisten in illegale nederzettingen.

Niet alleen heeft Israel hard gewerkt om Jeruzalem tot een in meerderheid joodse hoofdstad van Israel te maken. Daarnaast wil het voorkomen dat (Oost-)Jeruzalem de hoofdstad van Palestina wordt. Ook dat legitimeert Trump met zijn verklaring.

Palestijnen in Oost-Jeruzalem zijn tweede- of derderangs burgers. Daar zijn Israelische mensenrechtenorganisaties en journalisten, evenals rapporten van de EU en VN het over eens. Ze hebben gedocumenteerd dat waar Palestijnen in Oost-Jeruzalem 40% van de bevolking van de stad uitmaken, maar 10% van het gemeentebudget naar Palestijnse wijken gaat. Er is structurele discriminatie bij de verdeling van huisvestings- en ontwikkelingsmogelijkheden.

De zgn. afscheidingsmuur verdeelt Palestijnse wijken in Oost-Jeruzalem van elkaar en maakt het normale leven in de buurt onmogelijk. Er is een tekort aan scholen zowel als onderwijsmiddelen in Arabisch Oost-Jeruzalem. Palestijnen hebben vaak grote moeilijkheden om hun verblijfsvergunning te behouden en vertrekken dan uit wanhoop naar de Westoever of elders.

Omgekeerd ondervinden Palestijnen op de bezette Westoever grote problemen om naar Jeruzalem te reizen. Ze zijn afhankelijk van een arbitrair, complex en onmenselijk vergunningenstelsel, gecontroleerd door een militair bestuur.

Zo wordt Oost-Jeruzalem van het Palestijnse achterland van de Westoever gescheiden. Jeruzalem als centrum van de West Bank of breder van Palestina bestaat nog maar nauwelijks.

Er is een korte passage in Trump’s verklaring welke stelt dat de soevereine grenzen van Jeruzalem niet vastliggen maar gedurende toekomstige onderhandelingen tussen Israel en de Palestijnen zullen worden bepaald. Trump gaf echter gelijk aan dat beide partijen daarmee moeten instemmen. Dat geeft Israel als verreweg de machtigste partij een vrije hand om welke oplossing dan ook tegen te houden, zonder inachtneming van het internationaal recht.

Het bevorderen van Jeruzalem als ‘verenigde’ hoofdstad van Israel en het tegengaan van Oost-Jeruzalem als centrum van Palestina zijn twee kanten van dezelfde medaille. Niet alleen gebeurde dit al lange tijd met bestaande grootschalige financiële steun van de Amerikaanse regering. Nu gebeurt het ook met diens openlijke legitimering.

Toine van Teeffelen, Bethlehem, Palestina

7/12/2017

Lees meer