Diensten en Onderzoek Centrum Palestina

Vrijheid - Rechtvaardigheid - Gelijkheid

8 maart 2020

PvdA-congres: IHRA-definitie geen wapen tegen Israëlkritiek

Reactie van docP: uitstekende uitspraak van het congres! Met maar liefst 94% van de stemmen vóór riep het congres dit weekend de Tweede Kamerfractie van de PvdA op de koppeling tussen kritiek op de politiek van de staat Israël en Jodenhaat te blijven afwijzen. Dit is een belangrijke wending binnen de PvdA nadat de fractie in februari vorig jaar de IHRA-definitie van wat antisemitisme is nog had onderschreven.

Verbazing over PvdA-fractie

Velen in het land, naar nu duidelijk blijkt ook binnen de partij, waren daarover verbaasd. De stemming in de Tweede Kamer was een opzetje van pro-Israël partijen op initiatief van nota bene de SGP. De interpretatie die de voorstanders zoals de SGP aan de IHRA-definitie en de daaraan toegevoegde voorbeelden gaven was duidelijk: kritiek op Israël schurkt aan tegen antisemitisme. Daarom ook had de PvdA-fractie eerder al tweemaal tegen gestemd. Des te groter was de verbazing bij vriend en vijand toen de Tweede Kamerfractie van de PvdA in februari 2019 de IHRA-definitie alsnog onderschreef, toen de SGP het nog een keer probeerde door zijn motie wéér in stemming te brengen. Het wordt nu interessant om te zien of en hoe de fractie wederom een draai maakt.

Omdat het om een belangrijke kwestie gaat (de PvdA moet niet de kant van de Engelse Labour Party op gaan) volgt hieronder de tekst van de motie.

———

Motie met betrekking tot de IHRA-definitie tegen antisemitisme

De Partij van de Arbeid, in congres bijeen op 7 maart 2020 te Nieuwegein,

Overwegende dat:

  • de strijd tegen antisemitisme grote aandacht en nadrukkelijke steun verdient;
  • alle vormen van racisme op universele gronden en met dezelfde toewijding bestreden dienen te worden;
  • de Tweede Kamerfractie van de PvdA in november 2018 twee keer heeft gestemd tegen moties van de SGP voor het overnemen van de IHRA-definitie van antisemitisme, omdat die partij – en andere – op onderdelen doelbewust een koppeling maakt tussen kritiek op de politiek van de staat Israël en Jodenhaat;
  • de Tweede Kamerfractie van de PvdA zich ook in de vorige kabinetsperiode nadrukkelijk tegen deze koppeling heeft uitgesproken;
  • de Tweede Kamerfractie van de PvdA in februari 2019 de IHRA-definitie alsnog heeft onderschreven;
  • de IHRA-definitie steeds vaker wordt misbruikt om personen en organisaties, die de politiek van de staat Israël bekritiseren en solidariteit met de Palestijnen betuigen, van antisemitisme te beschuldigen en zodoende een vrije meningsuiting ten aanzien van Israël te ondermijnen;

Roept de Tweede Kamerfractie van de PvdA op de koppeling tussen kritiek op de politiek van de staat Israël en Jodenhaat te blijven afwijzen en zich actief tegen ondermijning op grond van de IHRA-definitie van een vrije meningsuiting ten aanzien van het beleid van de regering van Israël uit te spreken,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ter toelichting op ‘het waarom’ van deze motie m.b.t. de definitie van de International Holocaust Remembrance Alliance tegen antisemitisme.

  • Reeds op 26 mei 2015 bij de stemming in de Tweede Kamer over de motie van Van Klaveren (VNL) over het stopzetten van subsidies aan organisaties die ‘antisemitische uitingen’ doen, wees toenmalig lid van de PvdA-fractie, Michiel Servaes, op de onwenselijke koppeling tussen de kritiek op de politiek van de regering van een staat en Jodenhaat. “Dat is een koppeling waar we heel ver van weg moeten blijven, zonder ook maar één millimeter afstand te nemen van ons verzet tegen antisemitisme”.
  • Er zijn inmiddels vele voorbeelden van personen en organisaties – m.n. universiteiten, NGO’s, vakbonden en zelfs het Europese Hof – die van antisemitisme worden beschuldigd, omdat zij kritiek op de regering van Israël hebben.
  • Het is van belang dat de PvdA Tweede Kamerfractie de standpunten uit de verkiezingsprogramma’s actief uitdraagt.

———

De redactie

docP op twitter