Diensten en Onderzoek Centrum Palestina

Vrijheid - Rechtvaardigheid - Gelijkheid

2 mei 2020

ICC deelt klap uit aan Israel’s lobby en verklaart dat het jurisdictie heeft over de Palestijnse staat

ICC aanklager Fatou Bensouda. (Photo: File)

Palestina is een staat en daarom is het Internationaal Strafhof (ICC) wettelijk bevoegd om uitspraak te doen over vermeende oorlogsmisdaden die daar zijn gepleegd, herhaalde de hoofdaanklager van het ICC, donderdag 30 april.

De verklaring was een krachtig antwoord op de intensieve lobbyinspanningen van Israel en zijn aanhangers, met name Duitsland, om de procedure helemaal te delegitimeren.

Het 60 pagina’s tellende document was getiteld: A Response to the ‘Observations of Amici Curiae, Legal Representatives of Victims, and States’. (Het is hier volledig te lezen).

Zodra een staat partij is geworden bij het statuut, heeft het Hof automatisch het recht om jurisdictie uit te oefenen over op zijn grondgebied gepleegde misdrijven onder artikel 5″, zonder verdere ‘afzonderlijke beoordeling’ door organen van het Hof met betrekking tot de soevereiniteit van de staat die partij is,

luidt de verklaring gedeeltelijk.

De levensvatbaarheid van Palestina als staat – en de uitoefening van het recht op zelfbeschikking van het Palestijnse volk – werd belemmerd door de uitbreiding van nederzettingen en de bouw van de barrière en het daarmee verbonden regime op de Westelijke Jordaanoever, inclusief Oost-Jeruzalem, waarvan is vastgesteld dat ze het internationaal recht schenden

aldus het document.

De kamer van vooronderzoek van het ICC zal nu beslissen hoe verder te gaan met het onderzoek.



De Aanklager voerde behoorlijk overtuigende argumenten aan en handelde correct met die opmerkingen die erop gericht waren de rechtbank te overtuigen niet verder te gaan

vertelde Dr. Triestino Mariniello, lid van het Juridische Team dat Gaza-slachtoffers vertegenwoordigt voor het ICC, aan The Palestine Chronicle.

Mariniello vertelde de Chronicle ook dat, hoewel Bensouda’s “observaties overtuigend waren”, haar beslissing om de kamer van vooronderzoek in te roepen geen verplichte juridische procedure was en “het alleen onnodige vertragingen veroorzaakt”.

Aangezien Palestina een verwijzing naar de rechtbank had ingediend, had het ICC de bevoegdheid om een onderzoek in te stellen zonder de kamer van vooronderzoek te vragen over deze kwestie te beslissen,

zei hij.

De slachtoffers die we vertegenwoordigen maken zich zorgen over verdere vertragingen. De slachtoffers maken zich ook zorgen over de zogenaamde ‘beperkte reikwijdte van het onderzoek’, wat een feitelijke uitsluiting is van misdaden die sinds 2015 zijn begaan tegen Palestijnse burgers.

Bron: The Palestine Chronicle

docP op twitter