Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

De Franse multinational, Veolia Environnement, is een van de bedrijven die profiteert van  de bezetting van de Palestijnse Westelijke Jordaanoever. Dank zij activiteiten van bedrijven als Veolia wordt het steeds aantrekkelijker voor Israeliers te gaan wonen in de illegale nederzettingen. Wereldwijd roepen maatschappelijke organisaties en burgers het bedrijf op daarmee te stoppen. De internationale “Derail Veolia”- campagne is tot één van de succesvolste campagnes tegen de Israëlische bezetting uitgegroeid. Het eerste succes werd in Nederland genoteerd toen de ASN Bank eind 2006 Veolia uitsloot van haar beleggingsuniversum en de aandelen in het bedrijf verkocht. Een groep klanten nam het initiatief de “bank zonder bijsmaak” te wijzen op Veolia’s activiteiten in de Palestijnse gebieden. Daarna meldde Triodos dat ook zij niet willen profiteren van de bezetting en geen aandelen bezat van Veolia.

De sneltram in Jeruzalem

Veolia is een partner in het City Pass consortium dat in 2002 het contract kreeg voor de aanleg en het onderhouden van een tramlijn tussen West-Jeruzalem en enkele Israëlische nederzettingen in Palestijns Oost-Jeruzalem. De wettelijke vertegenwoordiger van het Palestijnse volk, de PLO, heeft zich vanaf het begin tegen de sneltram verzet. De sneltram is onderdeel van het Jeruzalem Transport Master Plan. Voormalig premier, Ariel Sharon, zei in 2005 dat de sneltram “Jeruzalem voor eeuwig als hoofdstad van het joodse volk zal behouden, de onverdeelde hoofdstad van de staat Israël”.

Volgens het internationaal recht zijn de Israëlische nederzettingen in de Palestijnse bezette gebieden en de annexatie van Oost-Jeruzalem illegaal. Talloze VN-resoluties en het gezaghebbende oordeel van het Internationale Gerechtshof in Den Haag over de muur in de Palestijnse gebieden hebben dit bevestigd. De nederzettingen zijn in strijd met artikel 49 van de Vierde Conventie van Genève – die de bezettende macht verbiedt om delen van haar burgerbevolking naar het bezette grondgebied over te brengen – en met artikel 53 dat de vernieling van eigendommen in het bezette gebied verbiedt. In sommige gevallen in Oost-Jeruzalem gaat het om ernstige schendingen vanwege de grootschalige toe-eigening van Palestijnse eigendommen die niet is gerechtvaardigd door militaire noodzaak. Daarnaast is de sneltram in strijd met de Haagse Conventie van 1907 die een bezetter verbiedt de infrastructuur in het bezette gebied te veranderen als dat niet ten goede komt aan de inheemse bevolking..

Vuilstort in de bezette Jordaan Vallei

De vuilstort van Tovlan ligt naast de rivier de Jordaan in Palestijns gebied. Een dochteronderneming van Veolia, Onyx, beheert de vuilstort. Veolia is van plan Tovlan aan de illegale nederzetting Massua te verkopen, maar zal adviseur aan het project verbonden blijven. In Tovlan wordt afval uit Israëlische nederzettingen en uit Israël gestort. Veolia claimt dat ook de Palestijnse stad Nablus afval dumpt in Tovlan. Dat gebruik is echter zeer beperkt door de hoge tarieven en doordat de vele Israëlische controleposten de bereikbaarheid van Tovlan ernstig belemmeren. De vuilstort tast het landschap aan, heeft de infrastructuur van Palestijns gebied veranderd, en komt niet ten goede aan de Palestijnen. Dat is in strijd met het internationaal recht. In december 2008 heeft de Algemene Vergadering van Verenigde Naties Israël opgeroepen te stoppen met het dumpen van afval in de Palestijnse gebieden.

.

Schending van gedragscodes voor multinationale ondernemingen

Veolia’s activiteiten in de bezette gebieden zijn niet alleen in strijd met het internationaal recht, maar ook met gedragscodes en verdragen om activiteiten van multinationale ondernemingen te reguleren. Als multinational is Veolia gehouden aan internationale regels voor maatschappelijk verantwoord ondernemen, zoals de Tripartite beginselverklaring betreffende multinationale ondernemingen en sociaal beleid van de ILO, de VN-normen inzake de verantwoordelijkheden van transnationale ondernemingen, de OESO Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen, en de VN Global Compact.

Veolia heeft een actieve rol gespeeld bij de ontwikkeling van de Global Compact. De eerste twee principes stellen dat “bedrijven de internationaal uitgevaardigde mensenrechten ondersteunen en  eerbiedigen; en zich er steeds van vergewissen dat zij niet medeplichtig worden aan schending van de mensenrechten”. Veolia’s betrokkenheid bij de sneltram in Jeruzalem, en de vuilstort in de Jordaan Vallei zijn in strijd met deze internationale gedragscodes en afspraken.

Verplichtingen van de Nederlandse staat

Nederland heeft als partij bij de Conventies van Genève van 1949 en bij het Handvest van de Verenigde Naties de verplichting de naleving van deze verdragen door Israël te verzekeren. In alle contacten met Israël moet de Nederlandse regering duidelijk maken dat Israël zijn verplichtingen op basis van het internationale recht moet nakomen. Verder moet het duidelijk zijn dat als Israël zijn verplichtingen niet nakomt, dit consequenties zal hebben. De Nederlandse regering faalt hierin, ook al is “het bevorderen van mensenrechten en rechtstaat” een beleidsprioriteit van de minister van ontwikkelingssamenwerking en wordt Nederland volgens haar eigen grondwet geacht de internationale rechtsorde te bevorderen. Israël kan ongestraft doorgaan met haar schendingen van het internationaal recht en mensenrechten. Daarom nemen maatschappelijke organisaties, waaronder ontwikkelingsorganisaties, en burgers hun verantwoordelijkheid om zich in te zetten voor naleving van internationaal recht. Zij kunnen lagere overheden en overheidsorganen wijzen op de rol die bedrijven spelen bij de Israëlische bezetting en hen te herinneren aan de verantwoordelijkheid die Nederland heeft.

Uitsluiting bij publieke aanbestedingsprocedures

Volgens Richtlijn 2004/18/EG van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2004 over aanbestedingsprocedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten kunnen ondernemers of personen van deelneming aan een opdracht worden uitgesloten als deze “in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout heeft begaan, vastgesteld op elke grond die de aanbestedende diensten aannemelijk kunnen maken” (zie artikel 45 (2) (d)

Veolia’s betrokkenheid bij ernstige schendingen van het internationaal recht zijn volgens de gerenommeerde Britse advocaat, Daniel Machover, aan te merken als een ernstige fout. Eind 2010 heeft hij de gemeente Edinburgh hierover een juridisch advies gestuurd. Vervolgens werd Veolia niet uitgenodigd om mee te dingen naar een contract. Sinds 2009 verloor Veolia omvangrijke contracten in steden waar intensief campagne is gevoerd: Stockholm, Bordeaux, Lille, Londen, Melbourne en St. Louis. In Stockholm nam de christelijke hulporganisatie Diakonia de leiding in de campagne tegen Veolia.

 

door: Adri Nieuwhof