Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

Een landbouwproject van bijna 10 miljoen euro, een speeltuin van 54 duizend euro en een basisschool voor kinderen van een bedoeïenengemeenschap ten oosten van Jeruzalem: alle 3 verwoest door Israel.

Dit zijn maar een paar voorbeelden van de minstens 150 met EU-geld opgezette projecten op de bezette Westelijke Jordaanoever die in de eerste 3 maanden van dit jaar door Israel zijn vernietigd. Volgens een recent rapport van Euro-Med (Euro-Mediterranean Human Rights Monitor) zijn in deze 3 maanden meer huizen, bedrijven en infrastructurele projecten verwoest dan in heel 2015.

Elke maand worden er gemiddeld 165 gebouwen, neergezet met eigen geld of met internationale financiering, geheel of gedeeltelijk verwoest. Dit is ruim drie keer meer dan het gemiddelde van 50 vernietigde gebouwen per maand in de jaren 2012-2015.

Volgens statistieken van de Verenigde Naties zijn er dit jaar al meer dan 900 Palestijnen dakloos geworden. Duizenden Palestijnen zijn in hun bestaan bedreigd door deze golf van verwoesting.

Euro-Med bericht dat volgens Robert Piper, de plaatsvervangend coördinator voor het Midden Oosten vredesproces, deze toename Israels antwoord is op de escalatie van gewelddadige confrontaties sinds oktober 2015 tussen Palestijnen en de Israelische bezettingsmacht.

Maar de Israelische politicus Moti Yogev, die druk heeft uitgeoefend op de Israelische bezettingsmacht om het slopen op te voeren, verklaarde: ‘Ik twijfel er niet aan dat het krachtdadig handelen van Israel ten dele het gevolg is van de eenzijdige Europese maatregelen’, refererend aan het EU-besluit van eind 2015 over de etikettering van nederzettingenproducten .

Als dit inderdaad zo is dan kunnen de verwoestingen gezien worden als het ‘prijskaartje’ door kolonisten gepresenteerd in de vorm van aanvallen op Palestijnen en hun bezittingen, als vergelding voor beleid waar de kolonisten het niet mee eens zijn.

De EU doet niets

Volgens Euro-Med onderzoeker Cécile Choquest zijn de afwijkende verklaringen waarschijnlijk ten dele het gevolg van het feit dat Europese functionarissen, om maar niet in verlegenheid gebracht te worden, geprobeerd hebben om de schaal van Israels verwoestingen van met EU-geld gefinancierde infrastructuur te bagatelliseren.

In 2012 publiceerde Chris Davies, een Britse EU-parlementariër, samen met Štefan Füle, voormalig Europees Commissaris voor het  Europees nabuurschaps- en uitbreidingsbeleid, een lijst van projecten gefinancierd met EU-geld die door Israel zijn vernietigd in de eerste elf jaar van het millennium. Het verlies voor de 82 projecten op deze lijst bedroeg 50 miljoen euro.

Maar de EU-bureaucraten hebben volgens Euro-Med deze data als ‘geclassificeerde informatie’ gepubliceerd en Euro-Med schat dat het totale bedrag aan verloren gegane EU-hulp sinds 2001 ruim 65 miljoen euro bedraagt, waarvan voor zo’n 23 miljoen euro is vernietigd door Israels bombardementen op de Gazastrook in 2014. (noot vertaler: Geclassificeerde informatie is informatie die omwille van de inhoud of aard beperkt of helemaal niet verspreid mag worden. Toegang tot deze informatie is alleen voorbehouden aan daartoe bevoegde personen.)

Hoewel Europese diplomaten veroordelende verklaringen hebben uitgegeven, hebben zij tot de dag van vandaag nog nooit de militaire en economische handelsovereenkomsten tussen de Eu en Israel ter discussie gesteld.

Een maand geleden bijvoorbeeld, bekritiseerde de EU de ‘betreurenswaardige trend van confiscaties en verwoestingen sinds begin dit jaar, waaronder met EU-geld gefinancierde humanitaire hulp’, nadat Israel de onderkomens van een Bedoeïenengemeenschap vlakbij Jeruzalem had  vernietigd.

Deze verklaring bevatte echter geen enkele verwijzing naar maatregelen om Israel verantwoordelijk te stellen.  Volgens de Israelische krant Haaretz wordt er steeds meer druk uitgeoefend op de EU buitenlandchef Frederica Mogherini om Israel aan te spreken over de vernietiging van door EU gefinancierde projecten. Mogherini verklaarde dat een aantal EU-lidstaten compensatie eist van Israel.  De EU-afgezant voor Israel, Lars Faaborg-Andersen, heeft vorige week hoge Israelische officieren gewaarschuwd dat als de vernietigingen op  deze schaal doorgaan, dit de EU-Israel relatie kan schaden. De EU-missie in Tel Aviv heeft niet gereageerd op een verzoek van The Electronic Intifada om uitleg over wat de consequenties, als die er al komen, zouden zijn als Israel niet stopt met de verwoestingen.

Later deze maand staat een gesprek gepland tussen EU-functionarissen en het Israelische ministerie van Buitenlandse Zaken over een bevriezing van het verwoesten van door EU-gefinancierde projecten.

Bouwen onmogelijk gemaakt

Het slopen vindt voornamelijk plaats in “Area C”, 60 % van de bezette Westelijke Jordaanoever dat volledig onder Israelisch bestuur valt volgens de Oslo akkoorden van 1993. Meer dan 70 % van de Palestijnse bewoners in Area C zijn niet aangesloten op een waterleidingnetwerk.  Tussen 2000 en 2014 hebben de Israelische autoriteiten slechts 1,5% van alle Palestijnse aanvragen voor een vergunning om te bouwen in Area C gehonoreerd. Maar COGAT, de Israelische bezettingsbureaucratie die het militair bestuur van Palestijnen in Area C regelt, beweert dat de verwoestingen maatregelen zijn ‘tegen illegale bouwwerken’.

De extreemrechtse organisatie Regavim heeft de taal van internationale organisaties die kritiek hebben op de bouw van nederzettingen gekopieerd en noemen EU projecten op de Westelijke Jordaanoever als ‘illegale bouwwerken in Area C’.

De investeringen door de EU in Area C zijn in overeenstemming met de politieke steun van de EU voor de tweestatenoplossing. De EU is de grootste donor aan de Palestijnse Autoriteit (PA)en heeft sinds 1994 voor een kleine 60 miljard euro aan hulp gedoneerd. Het grootste deel van de EU-hulp aan de PA is bedoeld voor de salarissen van ambtenaren en veiligheidstroepen. Tussen 2007 en 2015 heeft de EU 2,5 miljard euro toegewezen voor het Palestijns Bestuur. Sinds 2000 heeft de Europese Commissie 700 miljoen euro toegekend voor humanitaire basisbehoeften van de Palestijnse bevolking op de bezette Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook.

Maar ondertussen gaan de EU en EU- lidstaten gewoon door met hun wapenhandel met Israel.

De Franse politicoloog Caroline du Plessix zei tegen Euro-Med: ‘Er is op dit moment geen Palestijnse staat. De vraag is: wat financieren wij? Helpen wij Israel met de bezetting of helpen we de Palestijnen met het opbouwen van hun onafhankelijkheid?’

Bovenstaand artikel van Charlotte Sliver verscheen op 5 juni 2016 op The Electronic Intifada.