Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

Een amendement, ingediend door het ministerie van Justitie, om een uitzondering te maken voor Palestijnen die in Israel wonen, is niet in de nieuwe wet opgenomen.

De Knesset, het Israelisch parlement, heeft maandagavond 6 maart een wet aangenomen die verbiedt een visum of verblijfsvergunning te verstrekken aan iedereen die oproept tot een economische, culturele of academische boycot van Israel zelf of de nederzettingen. Alleen de minister van Binnenlandse Zaken mag uitzonderingen maken op de regel als hij daar gronden voor aanwezig acht.

De wet werd, na de tweede en derde lezing, aangenomen met 46 tegen 28 stemmen en geldt voor iedereen die ”willens en wetens in het openbaar oproept om Israel te boycotten wat gezien de aard van deze oproep en de omstandigheden waarin deze wordt gedaan mogelijk zal kunnen leiden tot het opleggen van een boycot, als degene die de oproep deed zich bewust was van deze mogelijkheid”. Deze formulering is overgenomen uit een wet van 2011 die het aanhangig maken van zaken tegen BDS activisten mogelijk maakte.

De wet geldt overigens niet alleen voor personen die oproepen tot een boycot van Israel, maar ook voor diegenen die oproepen tot het boycotten van ”gebieden of instanties onder gezag van Israel”, waarmee de nederzettingen en instanties in de bezette gebieden worden bedoeld.

Het ministerie van Justitie had de Commissie voor Binnenlandse Zaken dringend verzocht een uitzondering te maken voor Palestijnen in Israel die, bijvoorbeeld in het kader van familieherenigingsprogramma’s, vaak jarenlang eerst alleen een vergunning tot tijdelijk verblijf krijgen, alvorens een permanente verblijfsvergunning te ontvangen. Volgens het ministerie van Justitie zou het moeilijker worden om deze wet juridisch aan te vechten als deze categorie Palestijnen niet onder de nieuwe wet zou vallen. Maar dit voorstel werd door de Commissie voor Binnenlandse Zaken verworpen.

Een van de voorstemmers, Roy Folkman (Kulanu partij) zei tijdens het debat: “Het is mogelijk om een gevoel van nationale trots te hebben en toch in mensenrechten te geloven. Het is mogelijk om de naam en eer van de staat Israel te verdedigen, daar hoeft niemand zich voor te schamen. Deze wet laat Kulanu zien als een nationalistische, sociaal georiënteerde partij die gelooft in een evenwicht tussen nationale trots en mensenrechten”. Een andere voorstemmer, Betzalel Smotrich van de Habayit Hayehudi partij, zei: “Waar gaat deze wet nu helemaal over? Een gezond persoon die diegene die hem liefheeft ook liefheeft en haat die hem haat keert niet de andere wang toe”.

De leider van de Joint (Arab) List*, Ayman Odeh, had scherpe kritiek op het wetsvoorstel en vertelde de Knesset over zijn recente reis naar de VS waar hij de Conferentie van J Street, een gematigd progressieve organisatie, bezocht: “Twee weken geleden was ik in Amerika en ik zag daar duizenden joden die een boycot van de nederzettingen steunen. Deze mensen ageren niet tegen de staat maar tegen de bezetting. Ik ben tegen de bezetting en steun de boycot van de nederzettingen die een oorlogsmisdaad zijn, waarvoor land van privé personen is gestolen. De bezetting zal uiteindelijk van Israel overal een lepralijder maken.”

 afbeelding2 voor antibds wet artikelDov Khenin, eveneens van de Joint (Arab) List verklaarde: “Wie is er vandaag de dag niet tegen een boycot van de nederzettingen? Kijk naar de VN, de EU, wat er gaande is in de internationale gemeenschap. Willen jullie deze mensen allemaal boycotten en hen de toegang tot Israel weigeren? De hele wereld vindt dat nederzettingen illegaal zijn. In feite zetten jullie een stap die de oproep tot een boycot van Israel zal versterken”. 

Tamar Zandberg (Meretz partij) voegde daar aan toe: “We praten over een wet die indruist tegen de vrijheid van meningsuiting, die politieke censuur is en die bedoeld is om mensen het zwijgen op te leggen. Ogenschijnlijk is de wet bedoeld voor iedereen die Israel boycot maar de wet maakt geen onderscheid tussen Israel en de nederzettingen en speelt de BDS beweging hiermee in de kaart.”

De reactie van de directeur van Jewish Voice for Peace, Rebecca Vilkomerson was: “Op dezelfde dag dat president Trump de tweede versie van een ongrondwettig en discriminerend uitvoeringsbesluit presenteert om reizigers uit bepaalde islamitische landen te weren, stemt Israel voor zijn eigen discriminerend inreisverbod voor mensen die op vreedzame wijze strijden voor de beëindiging van Israels schendingen van de rechten van de Palestijnse bevolking. Mijn grootouders liggen begraven in Israel, mijn man en kinderen zijn Israelische staatsburgers en ik heb daar 3 jaar gewoond. Deze wet zou het mij onmogelijk maken om op bezoek te gaan in Israel vanwege mijn werk voor steun aan de rechten van het Palestijnse volk. Ik ben trots op mijn steun aan de BDS beweging en ik hoop dat de respons op deze wet de dag waarop iedereen daar vrij kan reizen naderbij zal brengen”.

Volgens Peace Now (Vrede Nu) is de wet “noch joods noch democratisch” te noemen en “een duidelijke schending van de vrijheid van meningsuiting. Met deze wet zal de regering geen boycot voorkomen maar Israels internationaal aanzien juist verslechteren en Israel doen belanden in een internationaal isolement.”

* Een politieke alliantie van vier partijen, gevormd in de aanloop naar de parlementsverkiezingen van 2015.

Bovenstaand is een vertaling van het artikel van Jonathan Lis, verschenen in Haaretz op 7 maart 2017.