Diensten en Onderzoek Centrum Palestina

Vrijheid - Rechtvaardigheid - Gelijkheid

1 mei 2018

30 – 04 Het spook van Herut: Einstein over Israel, 70 jaar geleden

(vertaling van artikel van Ramzy Baroud, in Middle East Monitor op 24 april 2018)

Op 4 december 1948 verscheen in de New York Times een open brief van Albert Einstein en andere belangrijke joodse personen onder wie Hannah Arendt. Dit was slechts een paar maanden na de onafhankelijkheidsverklaring door Israël en de vernietiging van honderden Palestijnse dorpen nadat hun bewoners waren verjaagd.

In de brief werd Israels net opgerichte Herut partij, evenals de jonge partijleider Menachem Begin, fel bekritiseerd. Herut was een afsplitsing van de terreurbeweging Irgun, bekend door de vele moordpartijen aangericht onder Palestijns-Arabische gemeenschappen voorafgaand aan de Nakba, de catastrofale etnische zuivering in 1947-1948 van de Palestijnse bevolking in hun historisch vaderland.

In de brief beschreef Einstein, en anderen, Herut (Vrijheidspartij) als een “politieke partij die door zijn organisatie, methodes, politieke denkwijze en sociale aantrekkingskracht nauw aansluit bij nazi- en fascistische partijen.”

De publicatie van een dergelijke brief slechts enkele jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust is een duidelijk bewijs van de grote tegenstelling tussen joodse intellectuelen in die tijd: de Zionisten die Israël en de gewelddadige geboorte van het land steunden, en aan de andere kant de intellectuelen die dit moreel niet aanvaardbaar vonden en het hier niet mee eens waren.

Jammer genoeg heeft de laatste groep – hoewel die nog steeds bestaat – de strijd verloren.

Herut is later gefuseerd met andere groeperingen, waaruit de Likoed partij ontstond. Menachem Begin heeft de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen en de Likoed is nu de grootste partij in Israëls uiterst rechtse regeringscoalitie.

De ‘nazi- en fascistische’ filosofie van de Herut partij heeft gezegevierd en overspoelt en bepaalt vandaag de dag het denken van de meerderheid van de Israëlische bevolking. Deze hang naar rechts is onder jonge Israëli’s zelfs sterker aanwezig dan in voorgaande generaties.

De Likoed partij wordt nu geleid door minister president Benjamin Netanyahu. De in Rusland geboren Avigdor Lieberman, oprichter van de ultranationalistische partij Yisrael Beiteinu, maakt als minister van Defensie deel uit van de huidige regeringscoalitie. In een reactie op de protestdemonstraties van Palestijnen in de belegerde Gazastrook en ter rechtvaardiging van de vele doden en gewonden onder de ongewapende demonstranten, stelde Liebermann dat “er geen onschuldige mensen in Gaza zijn”.

Als de minister van defensie van een land dit soort denkbeelden ventileert, hoeft men nauwelijks te schrikken van het feit dat Israëlische scherpschutters jonge Palestijnen onder vuur nemen en voor de camera juichen als zij hun doel raken.

Dit soort woorden – fascistisch bij uitstek – zijn geen randverschijnsel binnen de Israëlische samenleving. In de door Netanyahu geleide regeringscoalitie zitten meer van dit soort moreel verwerpelijke personen. Ayalet Shaked heeft meer dan eens opgeroepen tot genocide op Palestijnen. Palestijnen “zijn allemaal vijandelijke strijders, en hun bloed zal over al hun hoofden vloeien”schreef ze in 2015 op Facebook. “En dit geldt ook voor de moeders van de martelaren…..Ze moeten weg, net zoals de huizen waarin zij de slangen hebben grootgebracht. Anders zullen daar meer kleine slangen opgroeien”.

In december 2015, een paar maanden na deze verklaring, werd Shaked door Netanyahu benoemd tot minister van Justitie.

Shaked is lid van Het Joodse Huis (Jewish Home Party) geleid door Naftali Bennett, minister van Onderwijs en bekend door soortgelijke heftige uitspraken. Bennett was één van de eerste politici die zich uitsprak ter verdediging van Israëlische militairen die beschuldigd werden van het schenden van mensenrechten bij de grens met Gaza. Andere vooraanstaande politici volgden prompt.

Op 19 april vierde Israël zijn onafhankelijkheid. De ‘nazi- en fascistische’ mentaliteit die Herut in 1948 kenmerkte, kenmerkt nu de machtigste leidende klasse in Israël. Israëls leiders spreken openlijk over genocide en moord, maar tegelijkertijd vieren zij feest en promoten Israël als symbool van beschaving, democratie en mensenrechten. Zelfs zionisten van destijds zouden nu ontzet kijken naar wat er van hun geliefde Israël terecht is gekomen, zeventig jaar na de oprichting van de staat.

Natuurlijk vecht het Palestijnse volk nog steeds voor zijn land, identiteit, waardigheid en vrijheid. Maar de waarheid is dat Israëls grootste vijand Israël zelf is. Het land heeft er niet voor gekozen te breken met zijn gewelddadige politiek en ideologie uit het verleden. In plaats daarvan wordt het ideologisch debat in Israël gevoerd ten gunste van onophoudelijk geweld, racisme en apartheid. In de zogenaamde ‘enige democratie in het Midden Oosten’ is de marge voor kritiek uiterst beperkt geworden.

Het zijn personen als Netanyahu, Lieberman, Bennett en Shaked die nu modern Israël vertegenwoordigen gesteund door een massale achterban van rechts-religieuze en ultra nationalisten, die weinig of geen boodschap hebben aan Palestijnen, mensenrechten, internationaal recht en zulke schijnbaar onbeduidende waarden als vrede en rechtvaardigheid.

In 1938 stelde Einstein de gedachte achter de oprichting van de Staat Israël ter discussie: het druist in tegen “de essentie van judaïsme”, zo zei hij. Een paar jaar later, in 1946, stelde Einstein voor de ‘Anglo-American Committee of Inquiry on the Palestinian issue’: “Ik kan niet begrijpen waarom het [Israël] nodig is……Ik ben van mening dat dit een slecht idee is”.

Vanzelfsprekend zou Einstein, als hij nog zou leven, zich hebben aangesloten bij de BDS Beweging, die Israël ter verantwoording wil roepen voor zijn gewelddadige en illegale praktijken tegen Palestijnen. Eveneens zou hij vanzelfsprekend door Israëlische leiders en hun aanhang gebrandmerkt worden als antisemiet of een ‘zichzelf hatende jood’. De zionisten van nu zijn zeker niet onder de indruk. Maar dit moeilijke proces moet doorbroken worden. Palestijnse kinderen zijn geen terroristen en kunnen niet als zodanig behandeld worden. Ze zijn ook geen ‘kleine slangen’. Palestijnse moeders zouden niet gedood moeten worden. Het Palestijnse volk bestaat niet uit ‘vijandige strijders’ die moeten worden uitgeroeid. Genocide moet niet vanzelfsprekend worden.

70 jaar na Israëls onafhankelijkheid en de brief van Einstein, gaat het land nog steeds gebukt onder bloedvergieten en geweld. In Tel Aviv heerst nog steeds een feeststemming, maar er is geen enkele reden om iets te vieren en alle reden om te rouwen.

Toch wordt hoop levend gehouden, omdat het Palestijnse volk zich blijft verzetten en de Palestijnen hebben de solidariteit van de rest van de wereld nodig. Het is de enige manier waarop het spook van Herut niet langer de Palestijnen zal blijven achtervolgen, en om het ‘nazi- en fascistische’ gedachtegoed voor altijd te verslaan.

De zienswijzen zoals verwoord in dit artikel zijn uitsluitend voor rekening van de auteur en stemmen niet noodzakelijk overeen met het redactioneel beleid van Middle East Monitor.

Vertaling van artikel van Ramzy Baroud in Middle East Monitor

Zie over de brief van Eistein ook:

 

Anja Meulenbelt 9 augustus 2009

Anja Meulenbelt 10 augustus 2009

docP op twitter