Share on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedInShare on Google+Email this to someonePrint this page

Precies een eeuw geleden, 2 november 1917, bracht Arthur James Balfour, destijds Minister van Buitenlandse Zaken in Groot Brittannië,  de Balfour Declaration uit. Met één A4tje verleende zijn regering steun aan de stichting van een nationaal tehuis voor joden in Palestina. Groot Brittannie gaf hiermee een land weg dat niet van hen was aan joden die er nog niet woonden.

Om deze voor de Palestijnen rampzalige eeuw te markeren organiseert het Diensten en Onderzoek Centrum (docP) samen met een aantal partners een tweetal lezingen en twee solidariteitsconcerten MUSICIANS FOR PALESTINE.

Toelichting

In 1922 kreeg Groot Brittannië van de Volkenbond het Mandaat over Palestina, een Mandaat waarin de uitvoering van de Balfour Declaration integraal was opgenomen. Hiermee ging de Balfour Declaration deel uitmaken van het Internationaal Recht.

Het waren nog koloniale tijden, met Groot Brittannië, Frankrijk, Portugal, Spanje en Nederland als grote koloniale naties. Dekolonisatie was nog niet of nauwelijks op gang gekomen, hoe valt het anders te verklaren dat een Volkenbond akkoord zou gaan met een fundamenteel onrechtvaardig en discriminerend project als de Balfour overeenkomst tussen Groot Brittannië en Lord Rothschild?

Niet de grootschalige discriminatie van joden in Groot Brittannië en Europa werd aangepakt, maar de oplossing van het “joodse vraagstuk” werd gezocht in emigratie van joden naar het land van de Palestijnen. De civiele en religieuze rechten van de zogenaamde  “bestaande niet-joodse gemeenschappen” (dwz de inheemse Palestijnse bevolking, waaronder moslims, christenen en joden, zo’n 90%)  mochten volgens de Balfour Declaration niet worden geschaad. Dit bleef grotendeels een dode letter. De politieke rechten van de Palestijnen werden echter niet eens genoemd.

Gedekt door het Mandaat van de Volkenbond faciliteerde Groot Brittannië grootscheepse joodse migratie, en landaankoop en werkgelegenheid voor joden, ten koste van de rechten van de inheemse Palestijnen. Stakingen, demonstraties en opstanden van Palestijnen sloeg Groot Brittannië neer met militaire macht. Na de machtsovername door Israel in 1948 bleef Groot Brittannië Israël steunen met steeds aanzienlijker wapenleveranties.

De gevolgen van de Balfour Declaration waren voor Palestijnen dramatisch: de overgrote meerderheid (rond 6 miljoen) van de Palestijnen leeft in ballingschap; slechts 22% van Palestijnse grondgebied is over, onder de naam “Palestijnse gebieden”. Deze “gebieden” zelf zijn volgepropt met Israelische kolonies (“nederzettingen”), doorsneden met voor Palestijnen ontoegankelijke wegen (“by-pass roads”), volgebouwd met muren en checkpoints, en onder een zware militaire bezetting. Tot de “gebieden” behoort ook de Gazastrook, ’s werelds grootste getto, met een meerderheid van Palestijnse vluchtelingen uit vooral het zuiden van Israël. Zij leven soms letterlijk  in het zicht van de huizen en landerijen die zij ooit hebben bewoond en bewerkt, en die zij beschouwen als rechtens van hen. Er is in Gaza nauwelijks schoon drinkwater of elektriciteit, de gezondheidstoestand is abominabel, het percentage zelfmoorden is hoog.

De in Israel resterende Palestijnen leven onder een regime van ruim 50 voor hen discriminerende wetten, en worden, hoewel in eigen land, nauwelijks getolereerd.

Op 2 en 3 november a.s. spreekt de Ierse journalist David Cronin in Amsterdam resp. Den Haag over zijn boek “Balfour’s Shadow, A Century of British Support for Zionism and Israel”. De Britse ambassadeur is uitgenodigd voor het geven van een reactie.

activiteitenoverzicht balfour